John en Barb’s getuigenissen, 2 van 6, Ontmoeting met Barb
Hallo allemaal,
Door een scheiding gaan kinderen van alles denken.
Het vertrek van mijn vader had op ons vier kinderen allemaal een andere invloed. We waren 11, 9, 7 en 5 en vervulden de rollen die zo vaak worden geassocieerd met disfunctionele gezinnen: wij waren de held, de clown, de zondebok en mijn zusje was de mascotte, in die volgorde. Maar stiekem, in mijn hart, zocht ik een vader. Mijn leven was net in duigen gevallen. Tot onze vriendenkring behoorde een jongen van mijn leeftijd, Emerson, nog steeds een goede vriend, en een andere jongen, Trip, ook nog steeds een vriend, en hun families waren zo vriendelijk om mij bij veel familieactiviteiten te betrekken. De ouders van Trip waren voor ons ‘oom Del en tante Betsy’, zo close waren we.
Al mijn vrienden hadden vaders die actief betrokken waren in hun leven, en ik voelde me erg onzeker en alleen. Toen mijn vader zei: “Ik ga scheiden van jullie moeder en jullie kinderen”, stortte de wereld zoals wij die kenden in elkaar. Ik gaf niets meer om school. Ik stopte met de padvinderij, kunstlessen, drumlessen, zwemlessen (mijn leraar wilde dat ik wedstrijden ging doen) en later stopte ik ook met duiklessen en vlieglessen. Het kon me gewoon niets meer schelen. Ik zat vast in een apathische levenshouding; verlangde in mijn hart naar een vader.
Toen ik 14 was, zag ik een klein aapje te koop in de dierenwinkel in het winkelcentrum en ik wilde haar heel graag hebben. Ze was de kleinste van de groep en het meest tengere en schuchtere aapje, dat zich vastklampte aan de andere aapjes – emotioneel gezien leek ze op mij. Ik identificeerde me met haar. In de vroege jaren 70 kon je exotische huisdieren kopen in dierenwinkels. Mijn moeder zag dat ik verdriet had en vertelde me later dat ze dacht dat het verzorgen van een huisdier me zou helpen om te genezen, en ze had gelijk.
Ik noemde haar Tilly en met een grote kooi die een buurman had gemaakt (een andere vaderfiguur van een vriend), werden Tilly en ik onafscheidelijk. Ik leerde haar al snel zindelijk te worden in haar kooi, en met haar tuigje en riem om gingen we samen naar buiten. Ze vond het heerlijk om in de bomen te zitten en 's nachts motten en kevers te eten die rond het licht van de veranda vlogen.
Terugkijkend zie ik de hand van de Vader die al die vaders van mijn vrienden en Tilly heeft gegeven.
Ze gaf me iets om voor te leven. Ik heb haar maar ongeveer een jaar gehad. Ze stierf op mijn schoot op weg naar de dierenarts. Hij vertelde me later dat ze een aangeboren aandoening aan haar darmen had, die met het ouder worden in de knoop raakte en uiteindelijk haar dood veroorzaakte. Een paar weken later werd ik 15 (mei).
Het was nu 1973, het begin van mijn tweede jaar op de middelbare school en het begin van Barb's eerste jaar. Ik was apathisch als altijd, haalde een onvoldoende voor mijn eerste semester algebra en zoekend naar een vader. Ik volgde Duitse les, het enige vak waar ik echt enthousiast over was, omdat ik bijna in Duitsland was geboren. Mijn vader was van 1957 tot 1958 gestationeerd in de buurt van Stuttgart en mijn moeder kwam naar huis om mij te krijgen. Mijn vaders ontslag kwam rond dezelfde tijd. In die tijd was twee jaar militaire dienst verplicht voor jonge mannen. Als mijn ouders dingen wilden zeggen die wij kinderen niet mochten horen, schakelden ze over op Duits, dus ik wilde die taal heel graag leren.
In de Duitse les ontmoette ik Janny, die rooms-katholiek was. (We zijn nog steeds goede vrienden.) We werkten samen aan schoolprojecten en werden goede vrienden. Op een dag vergeleken we kerken – zij rooms-katholiek en ik episcopaal – en we realiseerden ons dat onze zondagochtenddiensten dezelfde liturgie hadden. Ze zei: “Ik ken de God achter de liturgie.” Dat intrigeerde me. Ik wilde de Vader God leren kennen, maar twijfelde. Ik zag hoe haar vriend Vic (en toekomstige echtgenoot) en zij samen baden voor dingen in hun leven, en al hun gebeden verhoord werden, één voor één. Na al die verhoorde gebeden te hebben gezien, gaf ik mijn hart aan de Heer en de Vader.
Op een dag stond ik thuis in mijn slaapkamer, nadat ik er zeker van was dat er niemand meer thuis was, en zei ik hardop: “Jezus, als U het laatste woord hebt in mijn leven, dan is het logisch dat ik U nu dien. Wat anderen ook van mij denken, zolang U het laatste woord hebt en bent voor mij, geef ik U mijn leven, doe met mij wat U wilt.” En woorden van die strekking.
Ontmoeting met Barb op 15-jarige leeftijd
Terwijl de Vader mij op 15-jarige leeftijd via Janny naar Jezus trok, vroeg Margaret, de buurvrouw en beste vriendin van Barb, mij in september 1973, toen ik in de tweede klas zat, mee naar het herfstbal van hun school. Ik was 15 en kon nog niet autorijden, dus mijn moeder zette me bij hen thuis af en Margaret's vader bracht me die avond weer naar huis.
Mijn moeder huurde een lichtblauw smokingpak voor me - het was begin jaren zeventig, dus het overhemd had ruches. Ik had een afro, die van nature uit mijn lange krullende haar kwam. Het was toen meer blond dan rood geworden en mijn beugel had mijn tanden recht gezet.
Omdat we buren waren, was Barb bij Margaret om ons in onze mooiste kleding te zien. Ik weet niet meer wat Margaret aanhad, maar Barb droeg een kastanjebruin sweatshirt en een spijkerbroek en was zo brutaal als altijd: "Ooo Margaret, hij is knap. Ooo Margaret, hij is lang. Ooo Margaret, wat ga je doen? En dat soort dingen. Ik was veranderd van een mollige, sullige 12-jarige met een beugel en een lelijk groen wollen pak, in een lange, slanke 15-jarige met lang haar dat leek op de afro van begin jaren 70. Geen sullige jongen meer! lol.
Ik heb nooit meer een date gehad met Margaret.
Ja, de puberteit verandert vervelende meisjes en sullige jongens, en toen ik Barb ontmoette, was het game, set en match. Margaret en ik zagen elkaar het hele schooljaar regelmatig via de kerk, maar Barb en ik zagen elkaar pas de volgende zomer weer.
Die zomer, in 1974, fietsten Margaret (16) en Barb (15) 6 kilometer vanuit hun buurt naar mijn huis om me te zien. Nog eens 6 kilometer verder naar het westen kende ik een beek die overstroomd was en we kwamen op het idee om daarop te gaan drijven. We fietsten er allemaal naartoe, want de beek stroomde door een golfbaan van een countryclub, dus de oevers van de beek waren goed onderhouden, waardoor we er gemakkelijk uit konden klimmen, stroomopwaarts konden lopen en weer terug konden drijven. Achteraf gezien was het een wonder dat we niet verdronken zijn. We wisten wel dat we onze benen dicht tegen ons lichaam aan moesten houden terwijl we dreven, zodat we niet verstrikt zouden raken in onderwatertakken, maar wat was dat dom.
Die zomer hebben we nog meer fietstochten gemaakt, maar het keerpunt kwam aan het einde van de zomer, toen Barb haar neus brak. Ik haalde die zomer mijn rijbewijs en reed naar het zwembad van een vriendin van Barb en Margaret om te gaan zwemmen. We waren met ongeveer tien mensen en het zwembad was niet onderhouden, dus het water was helemaal groen. Maar wat maakte dat uit? We hadden een paar weken eerder in een overstroomde beek gedreven, dus wat maakte het uit dat je je hand niet voor je neus kon zien?
Maar in dat troebele water schopte een gemeenschappelijke vriendin, Kim (nog steeds een goede vriendin), Barb per ongeluk tegen haar neus, waardoor die brak. Iedereen ging zijns weegs toen Barbs ouders haar naar de dokter brachten. Ik vond Barb erg leuk, maar was zo verlegen dat ik tot dan toe niet durfde te laten merken wat ik voor haar voelde. Ik had niet het gevoel dat de Heer me naar Barb leidde, maar in een menigte was zij degene met wie ik wilde omgaan en die ik beter wilde leren kennen. We klikten meteen.
Ik kon mijn eigen auto kopen:
een GTO uit 1965 met Thrush-uitlaten en een Hurst-versnellingspook. (Dat zegt waarschijnlijk maar weinig mensen iets). Je kon me al van ver horen aankomen. Ik was oprecht bezorgd om Barb, maar erg verlegen. Ik wilde haar laten weten dat ik haar leuk vond, maar durfde niet in mijn eentje naar haar huis te rijden, dus nam ik mijn vriend Tony Cooke mee. Barb schaamde zich omdat haar neus met witte tape was afgeplakt, maar ze zag wel dat ik haar leuk vond, hoewel ze zich afvroeg wat mijn bedoelingen waren omdat ik zo verlegen was. Misschien zag ze nog steeds iets van die nerd in mij. Zij was nog maar 15, ik was net 16.
Een paar weken later ging het beter met haar en verzamelde ik al mijn moed om haar mee uit te vragen. We gingen naar de film en omdat ik niet wilde dat de avond voorbij was, vroeg ik haar of ze zin had in een donut toen we langs een Dunkin' Donuts reden. We stopten, ik gaf mijn laatste geld uit en we bleven nog een tijdje zitten praten. Die avond bracht ik haar naar haar deur, en omdat ik 1,90 meter lang ben en zij maar 1,60 meter, stond ze een trede hoger bij haar achterdeur en kusten we elkaar welterusten.
Later zei ze dat ze op dat moment wist dat ze met mij zou trouwen. Ze zei dat ze haar huis binnen zweefde. Ik was de eerste jongen met wie ze uitging die de deur voor haar openhield, zich niet aan haar opdrong en oprecht geïnteresseerd was in haar. Een paar weken later, terwijl ik met mijn woorden en mijn ring stond te stuntelen – ik probeerde haar te vragen of ze vaste verkering met me wilde – pakte ze eindelijk de ring en zei: "Probeer je me te vragen of ik met je wil? Ja!" Zo direct als altijd, lol, maar sindsdien zijn we ‘vast’ met elkaar. Vier jaar later, in september 1978, zijn we getrouwd. Wat vliegt de tijd!
Volgende week, Barb wordt gered en wij doen ervaring op met de gaven van de Geest. Tot dan, zegen,
John Fenn/AK
cwowi.org en mail me op [email protected] en [email protected]
RSS Feed