Wat moeten we geloven over Israël? 3 van 3
Hallo allemaal,
Vorige week zagen we dat de cirkel rond is: de Heer wilde een koninkrijk van priesters waardoor de kennis van God onder de volken verspreid zou kunnen worden, en dat heeft Hij gekregen. Hij heeft nu dat volk via allen die in Jezus geloven, belast met het verspreiden van de kennis van God onder de volken. Dit is via Israël gebeurd, ook al heeft Israël Jezus verworpen. Kunnen we van Israël houden op basis van het feit dat het juist dat volk was dat ons Jezus heeft gegeven, die ons tot een koninkrijk van priesters voor de Vader heeft gemaakt? Is dat geen voorrecht en genade die het waard zijn om van te houden?
Toen ik jong was...
We hadden een vakantiehuisje in het noorden van Michigan aan een meer dat Burt Lake heette. Ik was dol op dat huisje. Het was alleen voor gebruik in de zomer, omdat het niet winterklaar was, maar zodra de schoolvakantie begon, reden we de 12 uur van ons huis in noord-centraal Indiana naar Burt Lake. We voeren met de boot over het meer naar het stadje Indian River, meerden aan bij een brug en liepen naar een restaurant voor het ontbijt. Daar, toen ik ongeveer 8 was, leerde mijn vader me zeilen en liet hij me urenlang helemaal alleen varen met dat kleine bootje.
Maar toen ik 10 was, verkocht mijn vader het huisje. Ik was gekwetst, zelfs boos dat er geen gezinsoverleg was geweest, dat er niet aan ons kinderen was gevraagd wat wij ervan vonden; het was gewoon plotseling weg. De zomer aan het meer waar ik me zo op had verheugd, ging niet door. Maar ik hield nog steeds van mijn vader. Ik was gekwetst en boos dat hij het huisje zomaar zonder enige waarschuwing had verkocht, maar ik hield nog steeds van mijn vader.
Kan een christen op dezelfde manier van Israël houden, zelfs als ze dingen doen die we haten of waar we het in ieder geval niet mee eens zijn? Betekent een warm gevoel voor de natie automatisch dat we het beleid van Israël en de manier waarop dat wordt uitgevoerd blindelings negeren? Nee, maar mensen die Israël haten staan erom bekend dat ze degenen die van Israël houden ervan beschuldigen dat ze hun ogen sluiten voor het beleid van Israël.
Als we nadenken over wat we van het moderne Israël vinden, moeten we bedenken dat het historische Israël een goddelijke bestemming had en heeft, een bestemming waarbij gelovigen in Jezus betrokken zijn. Mijn punt aan het begin was dat we het niet met iedereen over alles eens zijn, maar toch in gemeenschap met hen blijven – of in dienst bij hen blijven, of vrienden blijven, of bij die kerk blijven, of in dat huwelijk blijven, of in die familie blijven. Dit laat zien hoe we het geestelijke Israël kunnen liefhebben, terwijl we het toch niet eens hoeven te zijn met elk beleid van de moderne natie.
Ingeënt – Paulus’ antwoord op de kwestie van de ‘haat tegen Israël’ in zijn tijd: Efeziërs 2:11-18
"Bedenk daarom dat jullie, die van geboorte heidenen zijn en door degenen die zichzelf ‘de besnedenen’ noemen (wat met menselijke handen aan het lichaam wordt gedaan) ‘onbesnedenen’ worden genoemd – bedenk dat jullie destijds gescheiden waren van Christus, uitgesloten van het burgerschap van Israël en vreemdelingen waren ten opzichte van de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld. Maar nu, in Christus Jezus, zijn jullie, die eens ver weg waren, dichtbij gebracht door het bloed van Christus.”
“Want Hijzelf is onze vrede, die de twee groepen tot één heeft gemaakt en de barrière, de scheidingsmuur van vijandschap, heeft afgebroken door in zijn vlees de wet met haar geboden en voorschriften opzij te zetten. Zijn bedoeling was om uit de twee in zichzelf één nieuwe mensheid te scheppen en zo vrede te stichten, en hen beiden in één lichaam met God te verzoenen door het kruis, waarmee Hij hun vijandschap tenietdeed. Hij kwam en verkondigde vrede aan jullie die ver weg waren, en vrede aan degenen die dichtbij waren. Want door Hem hebben wij beiden toegang tot de Vader door één Geest.”
We zien dus dat Israël haten neerkomt op jezelf haten, want Jezus heeft door Zijn bloed zowel Joden als heidenen tot één gemaakt. Bedenk dat het in de tijd van Paulus de ongelovige Joden waren die hem volgden en oproer en onrust veroorzaakten. Toch schreef hij dat er nu vrede met hen is door Christus – hoewel zij dat feit niet accepteerden omdat zij Jezus verwierpen.
Heb Israël lief omwille van het overblijfsel
In Romeinen 11:1-4 beschrijft Paulus het conflict waarover we hier spreken. Zij hebben Gods profeten gedood en vervolgen de kerk, dus hoe kunnen zij bemind worden? Paulus antwoordt in vers 5: „Toch is er op dit moment een overblijfsel gelaten naar de verkiezing der genade.”
Hij zegt: heb die Israëlieten (Joden) lief die tot de Heer zijn gekomen, want zij zijn het overblijfsel van gelovigen binnen het jodendom dat tot op de dag van vandaag bestaat. Hij verwoordt het op een andere manier in de verzen 17-20, waar hij over ons, niet-Joden, spreekt als een wilde olijftak die in de boom van het jodendom is geënt:
"Als sommige takken zijn afgebroken en jij, hoewel een wilde olijftak, tussen de andere bent geënt en nu deel hebt aan het voedende sap uit de olijfwortel, beschouw jezelf dan niet als superieur aan die andere takken. Als je dat wel doet, bedenk dan dit: jij ondersteunt de wortel niet, maar de wortel ondersteunt jou. Je zult dan zeggen: ‘Takken zijn afgebroken zodat ik kon worden geënt.’ Dat is waar. Maar zij zijn afgebroken vanwege hun ongeloof, en jij staat door het geloof. Wees niet hoogmoedig, maar vrees.”
Ook hier schrijft Paulus aan de gemeente in Rome, die bestond uit Joden en heidenen, en die onderwezen moest worden hoe zij in de liefde van Christus konden samenkomen, en hoe de ene groep tegenover de andere moest staan. En in de verzen 25-26 biedt hij hoop en een belofte met betrekking tot Israël als volk:
“Ik wil niet dat jullie onkundig zijn van dit mysterie, broeders en zusters, opdat jullie niet hoogmoedig worden: Israël heeft gedeeltelijk een verharding ondergaan totdat het volle aantal heidenen is binnengekomen, en dan zal heel Israël worden gered. Zoals geschreven staat: ‘De Verlosser zal uit Sion komen; Hij zal de goddeloosheid van Israël afwenden.’”
De toekomst van Israël omvat dat men gelooft dat Jezus hun Messias is. We kunnen van die toekomst houden zonder het eens te zijn met al het huidige beleid van de natie, precies zoals Paulus in zijn tijd onderwees.
Verder schrijft hij in 4:21-31 aan de Galaten, die worstelden met de vraag in hoeverre een heidense gelovige in de Joodse Jezus joods moest zijn, dat het hemelse Jeruzalem de moeder van ons allen is. Hij zei dat de huidige natie Israël het Israël naar het vlees is, dat de zoon van de belofte heeft vervolgd; en degenen die moeite hebben met het moderne Israël zouden terecht kunnen zeggen dat het naar het vlees is, want zij aanvaarden Jezus niet als Messias. Maar het hemelse Jeruzalem is de plaats van burgerschap voor allen die in Jezus geloven, Jood of heiden, want Hij heeft beide groepen tot één gemaakt door Zijn bloed.
Laten we het overblijfsel van Joodse gelovigen liefhebben, het eeuwige doel liefhebben, het goddelijke plan voor de natie liefhebben, zelfs als er onenigheid bestaat over de politiek. Als je worstelt met haat tegen Israël, overweeg dan om te groeien in liefde, door je aandacht te verleggen van websites die haat aanwakkeren naar websites die spreken over Gods eeuwige plan voor juist die zeer gebrekkige natie en dat volk. En heb Gods plan lief, heb je Joodse Messias lief en Zijn plan om terug te keren naar Israël, naar Jeruzalem, om vanuit dat volk en die hoofdstad over de wereld te regeren.
Volgende week een nieuw onderwerp, tot dan, zegen,
John Fenn/AK
cwowi.org en stuur me een e-mail op [email protected]
RSS Feed