Church WithOut Walls International-Europe
  • Home
    • ANBI
    • Privacy Verklaring
  • DE
    • Weekly Thoughts (D) Wöchentliche Gedanken >
      • Weekly Thoughts (D) Wöchentliche Gedanken - PDF
  • EN
    • Weekly Thoughts >
      • WEEKLY THOUGHTS >
        • John's Monthly Newsletter
      • Weekly Thoughts serie in PDF format
    • About John Fenn
    • About Wil & Ank Kleinmeulman
    • Books written by Ank Kleinmeulman >
      • About Ank - author
  • ES
    • PENSAMIENTOS SEMANALES (Weekly Thoughts) John Fenn >
      • PENSAMIENTOS SEMANALES (PDF)
  • FR
    • Pensées Hebdomadaires
    • PDF à lire et/ou imprimer
    • A propos de John Fenn
    • A propos de Wil & Ank Kleinmeulman
    • Vidéo en anglais
    • Nous contacter
  • FI
    • Viikottaisia ajatuksia >
      • WEEKLY THOUGHTS / Viikottaisia ajatuksia >
        • Uskomme perustus PDF
      • Weekly Thoughts / Viikottaisia ajatuksia - PDF
    • John Fennistä
    • TV7
  • L
    • LV
    • LT >
      • Weekly Thoughts (LT) Savaitės Mintys >
        • E-Book
      • Straipsniai >
        • Kaip mes suprantame, koks turi būti surinkimas
        • Krikštai
        • Kaip veikia 5 tarnavimo dovanos namų surinkimuose?
        • Grįžimas prie paprasto tikėjimo
        • Garbinimas
        • Namų surinkimai Naujajame Testamente
        • Išgelbėjimas
        • Tikėjimo išpažinimas
        • Kaip prasidėjo CWOWI?
        • Dažnai pasitaikantys klausimai
      • Video LT
  • NL
    • Weekly Thoughts - nederlands >
      • WEEKLY THOUGHTS (NL) Wekelijkse Gedachten >
        • Weekly Thoughts NL pdf
    • Over / bio van John Fenn
    • Over / bio Wil & Ank
    • Wat wij geloven
    • Onderwijs - MP3
    • Boeken van Ank Kleinmeulman
    • Doneren / gift overmaken?
    • Conferentie
    • Artikelen >
      • Hoe “Church Without Walls International” is ontstaan
      • Hoe een samenkomst van een CWOW huisgemeente eruit ziet
      • Waarom samenkomen in een huis?
      • Wat is een huiskerk en een huiskerk netwerk?
      • HuisKerken: Waarom – Wat – en Hoe?
      • Ank deelt over Wat & Hoe van Huiskerken (VIDEO'S)
  • PL
  • PT
    • "O pensamento da semana em Português"
    • PT-pdf
  • RO
    • Gânduri săptămânale >
      • Gânduri săptămânale - PDF
  • RU
    • Джон Фенн
    • Сид Рот «Это сверхъестественно»
  • Donate
  • Events
  • TV
  • Contact

De Mozaïsche wet is niet voor de rechtvaardigen gegeven, deel 3 van 3

6/27/2026

0 Comments

 
The Mosaic law wasn't made for the righteous, 3 of 3
De Mozaïsche wet is niet voor de rechtvaardigen gegeven, deel 3 van 3
 
Hallo allemaal,
 
Laten we deze verzen overwegen nu we deze serie afsluiten:
 
“De kracht van de zonde is de wet.” 1 Korintiërs 15:56b
“De wet wekt toorn op.” Romeinen 4:15a
 
Als je onder religieus wetticisme leeft, ken je deze waarheden
Omdat de wet voortdurend op zonde wijst, geeft ze kracht om die zonden te begaan, en het maakt je boos. Of het begin van boosheid – frustratie op zijn minst, afhankelijk van de mate waarin je het wetticisme hebt aanvaard. Boos omdat men nooit goed genoeg kan zijn voor de wetgever. Boos op zichzelf omdat men denkt dat er iets mis is met hen, dat ze niet aan de verwachte normen kunnen voldoen.
 
Tussen het wetticisme dat de zonde sterker maakt en hen boos maakt, verprutst die persoon zijn leven en wordt vervolgens boos op God. In feite leven we in de tijd van het Nieuwe Testament en als de Vader en Jezus worden gepresenteerd via de verouderde verpakking van wetticisme uit het Oude Testament, kan iemand weg lopen van die verpakking terwijl hij in zijn hart verlangt om zijn Vader en Heer te kennen.
 
Een bijbeldocent van weleer merkte op dat in de kerken die hij bezocht, en die het meest predikten tegen seks voor het huwelijk, de meeste zwangere tienermeisjes waren. Bij degenen die het meest predikten over het kwaad van alcohol, waren  de meeste mensen die worstelden met alcoholisme. Leven onder een religieus wettelijk systeem geeft de zonde kracht. Het maakt mensen boos. Hoe strenger, hoe meer woede. Als een kind opgroeit onder een zeer strenge vader die alleen het verkeerde ziet, zal dat kind verkeerde dingen gaan doen en zal er woede ontstaan tussen vader en zoon. Later zeggen ze misschien dat ze de aandacht van hun ouder probeerden te trekken, of goedkeuring wilden krijgen. Maar het was de wettische kijk op opvoeding die hun zonde juist kracht gaf.
 
We hebben al besproken dat de wet niet voor een rechtvaardig persoon is gemaakt, en dat de wet een leermeester was die ons naar Christus leidde. Een leermeester was in de context van Paulus een meester-vakman, zoals we vandaag de dag een meester-timmerman, monteur, elektricien of loodgieter zouden hebben. Een leerling komt in zijn vak onder de begeleiding van een meester. Dat is de analogie die Paulus hier gebruikt. Zijn punt in Galaten 3 was dat zodra we zijn afgestudeerd als leerling, we onze leermeester – de Mozaïsche wet – niet langer nodig hebben.
 
In zijn tijd kreeg een zoon, zodra hij zijn leermeesterschap had afgerond, het volledige recht op het familiebedrijf. Hij werd dan erkend als een volwaardige zoon, een partner in het bedrijf van zijn vader. Dat is wat Paulus zei in Galaten 3:25-29: "Nu het geloof is gekomen, staat u niet langer onder de voogd, want u bent nu allen kinderen van de Vader door het geloof in Jezus Christus. Zoals velen van jullie die in Christus gedoopt zijn, hebben jullie nu Christus aangetrokken; er is geen Jood of Griek, geen man of vrouw, geen slaaf of vrije, want jullie zijn allemaal één (familie) in Christus Jezus."
 
De hierboven onderstreepte zin is een woordspeling die in het Engels en de meeste vertalingen verloren gaat. De doop is natuurlijk een volledige onderdompeling in water. De zin ‘jullie hebben nu Christus aangedaan’ betekent letterlijk: jullie zijn nu in Christus ondergedompeld. In het Grieks luidt het als volgt: “jullie die in water zijn ondergedompeld (in water zijn gezonken), zijn nu in Christus ondergedompeld”. Daarom zegt hij dat vanaf dit moment geen ras, geen geslacht en geen sociale status er nog toe doet, want we zijn allemaal in Christus ondergedompeld en zijn daarom één in Hem.
 
Nu we zijn afgestudeerd en onze volledige status in de familie van de Vader hebben bereikt, wat doet die genade dan voor ons?
“De genade van God is verschenen, die redding biedt aan alle mensen. Genade leert ons om goddeloosheid en wereldse begeerten te verwerpen, en om in zelfbeheersing, oprecht en godvruchtig te leven in deze huidige wereld, terwijl we wachten op de verschijning van onze grote God en Verlosser, de Heer Jezus Christus.” Titus 2:13-15
 
Genade onderwijst ons. Genade is niet alleen onverdiende gunst waarna je gewoon verdergaat met je leven. Nee, genade geeft ons de kracht om in Christus te leven. Eenmaal in de genade komen we allemaal in een ander soort ‘school’, want het woord ‘discipel’ betekent ‘leerling’. De wet toonde ons slechts dat we zondaars waren en leerde ons dat Christus zou komen om ons te bevrijden. Nu, in Christus, net als een zoon die zijn leertijd heeft afgerond en nu volwaardig partner is in het familiebedrijf, volgen we de Vader en de Zoon in hun werk. DAT is discipelschap.
 
God gaf Mozes 613 wetten, maar de meeste waren nogal vaag. Ik vroeg de Vader eens waarom Hij de wet van Mozes zo vaag had gemaakt en Hij zei: “Zodat ze met Mij zouden moeten wandelen om te weten hoe ze Mijn wegen op hun leven moeten toepassen.” De Farizeeën stelden nog eens 800 wetten op in een poging om in elke situatie in het leven tot in detail vast te leggen wat zij dachten dat God zou willen. Dat is wetticisme. Genade leert ons hoe we de wegen van de Vader moeten toepassen in de Geest van de wet, niet in de letter. Paulus zei: ‘De letter van de wet doodt, maar de Geest geeft leven.’ 2 Korintiërs 3:6. Hoe heb je je naaste lief als jezelf? Hoe begeert men de auto van de naaste niet? Hoe je dat in het leven toepast, daar gaat de openbaring van genade in het Nieuwe Testament over. In staat zijn om met God Zelf te wandelen, zodat Hij ons leven dieper in Zijn wegen en gedachten kan leiden.
 
“Het is een goede zaak dat het hart met genade wordt gesterkt.” Hebreeën 13:9
 
Ons hart wordt niet gesterkt door een leven volgens de wet. Ons hart wordt in Christus gesterkt door genade, en die genade leert ons rechtvaardig te leven.
 
“Maak de genade van God niet tot een licentie voor zonde.” Judas 4 (Ik gebruik hier het moderne woord ‘licentie’, afgeleid van het Griekse licentiousness: ‘losbandigheid’, omdat dat de vollediger betekenis van het Griekse woord is. Letterlijk: “Maak de genade van God niet tot losbandigheid”, wat wordt gedefinieerd als een moreel ongeremd leven, vooral op seksueel gebied.) Toen hij schreef dat we de genade van God niet tot een licentie voor zonde moesten maken, betekent dit ook dat we een verantwoordelijkheid hebben als rentmeesters van de genade.
 
Het kan worden vergeleken met een ouder die zijn tiener voor een dag de autosleutels geeft. Met de genade komt de verwachting dat die auto rechtmatig en op de juiste manier wordt gebruikt, in het besef dat de auto niet van hen is. Genade brengt altijd verantwoordelijkheid en verantwoording met zich mee. Altijd. Genade is onverdiende gunst en bekrachtiging, maar het is ook verantwoordelijkheid jegens degene die de genade heeft gegeven.
 
Dit legt de verantwoordelijkheid bij ons, om van binnenuit te leven, in plaats van een reeks externe regels te gehoorzamen.
Hebreeën 10:15-17 onthult dit: “Dit is het verbond dat Ik met hen zal sluiten. Ik zal Mijn wetten in hun harten en in hun gedachten schrijven.”
 
Om dat te kunnen doen, moest Hij ons volledig vernieuwen, opnieuw scheppen door Zijn Geest. Het Oude Testament bewees dat Hij geen geboden kon geven en vervolgens van zondaars kon verwachten dat ze die zouden gehoorzamen. Om dit dilemma op te lossen werd Hij door het kruis en de opstanding in staat gesteld om de menselijke geest volledig te herscheppen door Zijn Geest, zodat het in hun aard ligt om goddelijke dingen te doen. Dus nu bevat onze aard Gods wetten. Niet de letter van de wet, maar de Geest van de wet – de bedoeling.
 
De wet die in mijn geest geschreven staat, zegt dat ik mijn bejaarde buurman moet liefhebben als mijzelf. Maar hoe doe ik dat?
Plotseling voel ik me ertoe aangezet om hem te helpen met het stapelen van wat brandhout voor de winter dat hij langzaam en met veel moeite dichter bij zijn deur brengt. DIE toepassing van de wet is wat de Vader heeft gedaan. Hij heeft Zijn wet, Zijn wegen, Zichzelf in onze harten geschreven, zodat Hij ons kan aansporen om het gebod toe te passen op een buurman en zijn brandhout, en om misschien op een andere dag iets aardigs te doen voor een collega, en een andere keer een serveerster een grotere fooi te geven dan ze verdient. Zodra we beseffen dat we bevrijd zijn van uiterlijk wetticisme, kunnen we van binnenuit leven en de Vader en Heer vurig vragen hoe zij willen dat hun wegen in onze levens worden toegepast.
 
Wat een opwindend leven hebben we in Christus, en zoveel vrijheid – en de verantwoordelijkheid die bij die vrijheid hoort. Volgende week een nieuw onderwerp, tot dan, zegen,
John Fenn/AK
cwowi.org en stuur me een e-mail op [email protected]
 
0 Comments

De Mozaïsche wet is niet voor de rechtvaardigen gemaakt, deel 2 van 3

6/20/2026

0 Comments

 
The Mosaic Law wasn't made for the righteous, 2 of 3
De Mozaïsche wet is niet voor de rechtvaardigen gemaakt, deel 2 van 3
 
Hallo allemaal,
 
Vorige week deelde ik de tekst dat ‘de wet niet voor een rechtvaardig persoon is gemaakt’. De rest van dat vers luidt: ‘maar voor de goddeloze zondaars, de wettelozen en de ongehoorzamen...’
 
Ik deelde dat het doel van de wet volgens Romeinen 3:19 is dat God de wet gaf om de mensheid te laten zien dat we zondaars waren. Paulus legde uit dat hij niet zou weten wat begeren is, als de wet niet zou zeggen: ‘Gij zult niet begeren’. Paulus' punt in Romeinen 7 is dat de wet goed is omdat deze zonde voor ons definieert – wat betekent dat deze niet voor de rechtvaardigen is gemaakt, maar voor zondaars, om hen te laten zien wat zonde is. Hij schreef aan de Galaten dat als God een wet had kunnen geven die eeuwig leven zou hebben gegeven, rechtvaardigheid dan door de wet zou zijn gekomen.
 
We gaan daar verder
In Jakobus 2:10 zei hij: “Als je volgens de wet leeft en slechts één wet overtreedt, ben je schuldig aan het overtreden van de hele wet.” Voor de Jood gold dat als je één van de 613 wetten overtrad, je zowiezo een offer moest brengen, hoe klein de overtreding ook was. Schuld is schuld, of het nu gaat om het verzamelen van brandhout op de sabbat, of moord. Als je er één overtreedt, heb je ze allemaal overtreden.
 
Iedereen die ooit onder een of andere vorm van ‘de wet’ of wetticisme heeft geleefd, kan zich in die uitspraak vinden. Of je nu een zeer strenge ouder had die verwachtte dat je perfect presteerde, of een kerk waar van je verwacht werd dat je ‘presteerde’ maar waar je schuldgevoelens en veroordeling kreeg, dan ken je wetticisme. Het kenmerk van wetticisme is dat het nooit het goede ziet dat je doet, het ziet alleen wat je verkeerd hebt gedaan. Vorige week vertelde ik hoe mijn vader me om 23.00 uur uit mijn slaap rukte om de vuilnisbak buiten te zetten, maar hij zag niet dat ik mijn huiswerk had gedaan, mijn kamer had opgeruimd, de hond had gevoerd en mijn broer had geholpen met het repareren van speelgoed. Hij zag alleen dat ik die ene ‘wet’ had overtreden, dus was ik schuldig aan alles. Ik was geen perfecte zoon.
 
Een voorganger kan je giften, je vrijwilligerswerk en het feit dat je een goed mens bent die zo goed mogelijk een heilig leven probeert te leiden, negeren, om alleen te zien dat je er niet was bij de woensdagavonddienst en je te veroordelen vanwege je afwezigheid. Dat is leven onder de wet. Als je één regel overtreedt, ben je schuldig aan alles. Er wordt niets goeds erkend; de focus ligt op wat je verkeerd hebt gedaan volgens die wet – van je ouders, van je kerk.
 
De wet is alleen goed om ons te laten zien dat we gezondigd hebben. In Galaten 3:11-12 zegt Paulus dat de wet een mens alleen veroordeelt, daarom ‘is de wet niet van het geloof’. Dit is waarom je niet sterk in het geloof kunt zijn, de vrede van God kunt hebben en je dicht bij Hem kunt voelen terwijl je een wettisch christelijk leven leidt. Leven volgens een wettische uiterlijke structuur is geen geloof. Geloof vloeit voort uit de geest van binnen.
 
Paulus schrijft verder in Galaten 3 dat de wet dan heeft gefungeerd als een leraar, een leermeester, om ons mee te nemen, ons te laten zien dat we nooit volmaakt kunnen zijn, en ons te wijzen op de volmaaktheid die in Christus te vinden is. Wanneer een leerling toetsen maakt, is het doel 100%. Maar op een bepaald moment tussen de kleuterschool en het afstuderen als tiener of begin twintiger, zal een score van minder dan 100% worden behaald. Of dat nu door toetsen, aanwezigheid of gedrag is, er zal op de een of andere manier gefaald worden. Dat wordt in het Nieuwe Testament ‘de vloek van de wet’ genoemd. Je zondigt, je bent schuldig en je kunt er niet aan ontkomen. Je zit gevangen. Het is een vloek om zo te leven, nooit volmaakt, het goede wordt nooit gezien of erkend, de toets wordt beoordeeld door de leermeester.
 
Galaten 3:13: Omdat niemand volmaakt is, en Jezus de eerste mens was die volmaakt leefde, is Hij waardig en in staat om de straf voor het overtreden van de wet weg te nemen – de vloek die de straf is voor ongehoorzaamheid. Dus als je Christus hebt, heb je de remedie. De wet is niet gemaakt voor de rechtvaardigen.
 
In v. 24-26 schrijft Paulus dat de wet daarom een leermeester is, maar nadat het geloof in Christus is gekomen, staan we niet langer onder de ‘tuchtmeester’, omdat we Gods eigen kinderen zijn geworden. In moderne termen zouden we kunnen zeggen dat een kind op school het vak van zijn vader leert, maar wanneer hij afstudeert, wordt hij verwelkomd in het familiebedrijf, waarbij hij deze scholing achter zich laat, maar gebruikmaakt van de lessen die hij heeft geleerd terwijl hij onder het gezag van de leermeester stond. De wet heeft ons laten zien hoezeer we Jezus nodig hebben, maar zodra we Jezus hebben, hebben we de wet niet meer nodig om ons de weg te wijzen – we hebben Hem!
 
Christenen die terugkeren onder de wet
In Handelingen 15, toen de apostelen en leiders in Jeruzalem bijeenkwamen om de beweringen van Paulus te bespreken dat God Zijn Geest uitstortte over heidenen, ook al gehoorzaamden zij de wet van Mozes niet, overwogen zij of ze van hen moesten eisen dat zij ‘messiaanse gelovigen’ zouden worden – die de wet van Mozes gehoorzamen. Petrus maakte daar sterk bezwaar tegen en zei in vers 10: “Waarom zouden jullie God op de proef stellen door een juk op hen te leggen dat noch wij, noch onze vaderen konden dragen?” Hij herinnerde hen er ook aan dat God Zelf Zijn Geest had uitgestort over het Romeinse huishouden van Cornelius, in Handelingen 10. Waarom zouden ze tegen God vechten?
 
Waarom God op de proef stellen door een juk op hun nek te leggen dat noch wij, noch onze vaderen konden dragen? Leef jij als christen onder wetticisme? Je kunt het niet dragen en je stelt Gods geduld op de proef, want Hij heeft Zijn Zoon gegeven als remedie tegen de uiterlijke wet, die onze aard zelf heeft veranderd, zodat we in gehoorzaamheid met God willen wandelen. Gehoorzaamheid is verschoven naar leven van binnenuit in plaats van gehoorzamen van buitenaf.
 
In Galaten 3:1 noemt Paulus degenen in Galatië die, nadat ze in de Geest waren begonnen door geloof in Christus, terugkeerden naar de wet van Mozes, ‘dwazen’ en zegt dat ze ‘betoverd’ (gemanipuleerd) waren door degenen die hen terugbrachten onder de wet van Mozes. Paulus vraagt in vers 5: Wanneer God wonderen onder jullie doet, doet Hij dat dan door het horen van de wet, of door geloof en de Geest?
 
Paulus’ grote openbaring, bevestigd door de verbazingwekkende wonderen die God in zijn bediening deed en die in Handelingen 15 werden besproken, was dat Christus de wet vervulde. Het debat van Handelingen 15 is echter sindsdien weer opgelaaid en wordt nog steeds gevoerd: in hoeverre, indien überhaupt, moet een christen volgens de wet leven? Hoe brengt een christen wet en genade in evenwicht? Het korte antwoord is dat de wet niet langer onze leermeester is, maar genade.
 
Hoe je dat doet en hoe je in die vrijheid leeft, met een evenwicht tussen de wet en genade, komt volgende week aan bod. Tot dan, zegen,
John Fenn/AK
cwowi.org en stuur me een e-mail op [email protected]
 
0 Comments

Mooseksen lakia ei tehty vanhurskaita varten, osa 2/3

6/20/2026

0 Comments

 
The Mosaic law wasn't made for the righteous, 2/3,
Mooseksen lakia ei tehty vanhurskaita varten, osa 2/3
 
Hei kaikki,
 
Viime viikolla kerroin Raamatun kohdasta, jonka mukaan
'lakia ei ole pantu vanhurskaalle'. Tuon jakeen loppuosa on: 'vaan jumalattomille syntisille, laittomille ja tottelemattomille...' (suomennos tässä)
 
Kerroin lain tarkoituksen olevan Room. 3:19:n sen, että Jumala antoi lain osoittaakseen ihmiskunnalle, että olemme syntisiä. Paavali selitti, ettei hän olisi tuntenut himoitsemista, jollei laki sanoisi 'älä himoitse'. Paavalin pointti Room. 7:ssä on, että laki on hyvä, koska se määrittelee synnin meille – mikä tarkoittaa, ettei sitä tehty vanhurskaille, vaan syntisille osoittamaan heille, mitä synti on. Hän kirjoitti galatalaisille sanoen, että jos Jumala olisi voinut antaa lain, joka antaisi ikuisen elämän, sitten vanhurskaus olisi tullut lain kautta.
 
Jatkamme siitä
 
Jaak. 2: 10:ssä hän sanoi " Sillä joka pitää koko lain, mutta rikkoo yhtä kohtaa vastaan, se on syypää kaikissa kohdin." Jos juutalainen rikkoi yhtä 613 laista, hänen täytyi yhä mennä uhraamaan riippumatta siitä, kuinka pieni rikkomus oli. Syyllisyys on syyllisyyttä, olipa sitten kyse polttopuun keräämisestä sapattina tai murhasta. Jos rikot yhtä, olet rikkonut niitä kaikkia.
 
Jokainen, joka on elänyt jonkin tyyppisen 'lain' tai lakihenkisyyden alaisuudessa, pystyy samastumaan tuohon lausumaan. Olipa sinulla sitten hyvin tiukka vanhempi, joka odotti sinulta täydellisiä suorituksia tai seurakunta, jossa sinun odotettiin 'suorittavan', mutta sait osaksesi syyllisyyden ja tuomion, tunnet lakihenkisyyden. Lakihenkisyydelle on tyypillistä se, ettei se koskaan näe sitä hyvää, mitä teet, se näkee vain sen, minkä teit väärin. Viime viikolla kerroin siitä, kuinka isäni nykäisi minut unesta illalla klo 11 (23.00) saadakseen minut tyhjentämään roska-astian, mutta hän ei nähnyt sitä, että olin tehnyt läksyni, siivonnut huoneeni, ruokkinut koiran ja auttanut veljeäni korjaamaan yhden lelun. Hän näki vain sen, että olin rikkonut tuota yhtä 'lakia', joten olin syyllinen kaikkien rikkomiseen. En ollut täydellinen poika.  
 
Pastori saattaa jättää huomiotta antamisesi, vapaaehtoisena toimimisesi, sen, että olet hyvä ihminen, joka yrittää elää pyhää elämää parhaan kykynsä mukaan, ja nähdä vain sen, että et ollut paikalla keskiviikkoillan kokouksessa ja tuomitsee sinut osallistumattomuudesta. Tuo on lain alla elämistä. Jos rikot yhtä sääntöä, olet syyllinen kaikkeen. Mitään hyvää ei tunnusteta, huomio kohdistuu siihen, mitä teitä väärin tuon lain mukaan – vanhempiesi lain, seurakuntasi lain.
 
Laki on hyvä vain näyttämään meille sen, että olemme tehneet syntiä. Gal. 3: 11–12:ssa Paavali sanoo lain vain tuomitsevan ihmisen, sen tähden 'laki ei perustaudu uskoon'. Tämän vuoksi et voi olla vahva uskossa, omata Jumalan rauhaa ja tuntea olevasi Häntä lähellä samalla kun elätä lakihenkistä kristillistä elämää. Lakihenkisen ulkonaisen rakenteen mukaan eläminen ei ole uskoa. Usko virtaa sisällä olevasta hengestä.
 
Paavali jatkaa kirjoittaen Gal. 3:ssa, että laki oli silloin toiminut opettajana, tutorina, vieden meidät mukanaan ja osoittaen, ettemme voi koskaan olla täydellisiä, osoittaen meidät Kristuksessa löydettävään täydellisyyteen. Kun opiskelija tekee kokeen, tavoite on 100 %. Mutta jossakin vaiheessa lastentarhan ja ylioppilaaksipääsyn välissä teininä tai nuorena parikymppisinä, se mitä saavutetaan, on vähemmän kuin 100 %.  Tapahtuuko asia testaamalla, osallistumalla, käytöksellä, jossain muodossa tai jollain tavalla tapahtuu epäonnistuminen, kun ollaan opetettavana. Tuota kutsutaan UT:ssä 'lain kiroukseksi'. Teet syntiä, olet syyllinen etkä pääse siitä eroon. Olet ansassa. On kirous elää tuolla tavoin, ettei ole koskaan täydellinen, hyvää ei koskaan nähdä tai tunnusteta, ohjaaja on 'käyttänyt punakynää' koepaperiisi. 
 
Gal. 3: 13: Koska kukaan ei ole täydellinen ja Jeesus oli ensimmäinen ihminen, joka eli täydellisesti, Hän on arvollinen ja kykenevä poistamaan lain noudattamatta jättämisen rangaistuksen - kirouksen ollessa rangaistus tottelemattomuudesta. Joten jos sinulla on Kristus, sinulla on parannuskeino. Lakia ei tehty vanhurskaita varten.
 
Jakeissa 24–26 Paavali kirjoittaa lain olevan sen tähden ohjaajan (kasvattajan), mutta sen jälkeen, kun usko Kristukseen on tullut, emme ole enää kasvattajan alaisia, koska meistä on tehty Jumalan omia lapsia. Modernilla tavalla asian ilmaisten voisimme sanoa lapsen olevan koulussa oppimassa isänsä ammatin, mutta kun hän valmistuu koulusta, hänet toivotetaan tervetulleeksi perheyritykseen ja hän jättää taakseen tämän koulutuksen, mutta käyttää niitä oppeja, jotka hän oppi ollessaan kasvattajan auktoriteetin alaisena. Laki näytti meille, kuinka tarvitsemme Jeesusta, mutta heti kun meillä on Jeesus, emme tarvitse lakia näyttämään meille tietä – meillä on Hänet!
 
Kristityt, jotka palaavat takaisin lain alle
 
Ap. t. 15:ssä apostolien ja johtajien tavatessa Jerusalemissa pohtimaan Paavalin väitteitä siitä, että Jumala oli vuodattamassa Henkeään pakanoille, vaikka he eivät noudattaneet Mooseksen lakia, he pohtivat, tulisiko heidän vaatia näitä tulemaan 'messiaanisiksi uskoviksi' – noudattamaan Mooseksen lakia. Pietari vastusti tätä voimakkaasti todeten jakeessa 10: "Miksi te siis nyt kiusaatte Jumalaa ja tahdotte panna opetuslasten niskaan ikeen, jota eivät meidän isämme emmekä mekään ole jaksaneet kantaa?" Hän muistutti heitä myös siitä, että Jumala Itse vuodatti Henkensä Korneliuksen roomalaisen perhekunnan ylle Ap. t. 10:ssä. Miksi he taistelisivat Jumalaa vastaan?
 
Miksi koetella Jumalaa panemalla heidän niskaansa ikeen, jota emme me eivätkä isämme kyenneet kantamaan? Oletko lakihenkisyyden alaisuudessa elävä kristitty? Et kykene sitä kantamaan ja koettelet Jumalan kärsivällisyyttä, sillä Hän antoi Poikansa parannuskeinoksi ulkonaiseen lakiin, mikä muutti meidän todellisen luontomme niin, että haluamme vaeltaa Jumalan kanssa kuuliaisina. Kuuliaisuus siirtyy sisältä käsin ulospäin elämiseen ulkopuolelta sisäänpäin tapahtuvan tottelemisen sijaan.
 
Gal. 3: 1:ssä Paavali kutsuu niitä Galatiassa, jotka aloitettuaan Hengessä uskon kautta Kristukseen kääntyivät takaisin Mooseksen lakiin 'älyttömiksi' ja sanoi, että heidät oli 'lumottu' (manipuloitu) niiden toimesta, jotka veivät heidät takaisin Mooseksen lain alaisuuteen. Paavali kysyy jakeessa viisi: Joka siis antaa teille Hengen ja tekee voimallisia tekoja teidän keskuudessanne, saako hän sen aikaan lain tekojen vai uskossa kuulemisen kautta? 
 
Paavalin suuri ilmestys, jonka Jumala vahvisti tekemällä hämmästyttäviä ihmeitä hänen palvelutyössään, josta puhuttiin Ap. t. 15:ssä, oli se, että Kristus täytti lain. Ap. t. 15:n väittely on kuitenkin herätetty henkiin ja siitä on väitelty siitä lähtien: Missä määrin, jos lainkaan, tulisi kristityn elää lain mukaan? Kuinka kristitty tasapainottaa lain ja armon? Lyhyt vastaus on, että laki ei ole enää ohjaajamme, armo on.
 
Kuinka sitten teet niin ja vaellat tuossa vapaudessa, tasapainottaen lain ja armon, siitä ensi viikolla. Siihen saakka, siunauksin,
 
John Fenn/LL
 
0 Comments

De Mozaïsche wet was niet voor de rechtvaardigen bedoeld, 1 van 3

6/13/2026

0 Comments

 
The Mosaic law wasn't made for the righteous, 1 of 3
De Mozaïsche wet was niet voor de rechtvaardigen bedoeld, 1 van 3
 
Hallo allemaal,
 
Toen ik campuspastor was aan de Universiteit van Colorado in Boulder, had ik te maken met een plaatselijke Church of Christ-gemeente die leerde dat je niet naar de hemel  zou gaan tenzij je in hun kerk met water was gedoopt. Het enige compromis was dat het misschien wel ok was als je gedoopt was in een van de andere ‘Church of Christ’-kerken binnen hun denominatie; maar, werd mij verteld, voor het geval dat ze naar Boulder zouden verhuizen, zouden ze opnieuw gedoopt moeten worden.
 
Charismaten hebben hun eigen religieuze regels. Ze zijn bijzonder bedreven in het zaaien van angst en het hanteren van vaste formules. Angst wordt gebruikt wanneer ze dingen zeggen als: ‘Als je de dienst van morgen mist, zet je de deur open voor de duivel.’ Eigenlijk kun je zelf de lege plek invullen: als je de dienst van morgen mist, ‘worden je gebeden niet verhoord’, ‘word je niet genezen’, ‘worden je rekeningen niet betaald’, enzovoort.
 
Formules omvatten het verklaren en gebieden, of het zeven dagen lang onder je kussen leggen van de gezalfde gebedsdoek van de tv-predikant, om die vervolgens op de achtste dag terug te sturen met je beste offergave, waarna je gebeden zullen worden verhoord. Of zelfs de hemelse rechtbanken of het aanroepen van het bloed (in plaats van gewoon vrijmoedig naar de troon te gaan en/of Jezus te gehoorzamen om demonen uit te drijven) - er zijn allerlei door mensen bedachte formules die mensen in staat stellen hun geloof te stellen in wat ze doen in plaats van in de Heer.
 
Jezus en de Farizeeën
Algemeen wordt aangenomen dat de wet van Mozes 613 wetten telt. De Farizeeën (Hebreeuws: de afgezonderden) vormden zich als een Joodse sekte ongeveer 150 jaar vóór Jezus, als onderdeel van een heropleving van het Jodendom onder Grieks bewind. Tegen de tijd van Jezus hadden ze ongeveer 800 eigen wetten toegevoegd om te bepalen hoe de wet van Mozes in praktijk moest worden gebracht. Jezus had nooit enig probleem met de wet van Mozes, alleen met de wet van de Farizeeën.
 
In Johannes 5:9-10 werd de man die al 38 jaar verlamd was, genezen en kreeg hij de opdracht zijn bed op te pakken en te lopen. Het vers zegt specifiek dat het de sabbat was, en dat het illegaal was om op de sabbat het werk te doen van het dragen van een bed. Die wet was niet de wet van Mozes, maar de wet van de Farizeeën. De wet van Mozes in Exodus 20:8-11 zegt slechts dat men geen werk mag doen. Het waren de Farizeeën die debatteerden over wat werk inhield, en bepaalden dat zaken als het dragen van een slaapmat op de sabbat tegen de wet waren.
 
Waar zij zich schuldig aan maakten, was dat zij hun wetten boven de wet van Mozes stelden, en dat is waar Jezus bezwaar tegen had, en tot op de dag van vandaag bezwaar tegen heeft met dergelijke door mensen gemaakte wetten. Jezus verklaarde verder in Marcus 7:9 & 13 dat zij hun wet boven de wet van Mozes stelden, zodat zij de hunne konden houden en de zijne konden negeren, en daarmee het Woord van God onwerkzaam maakten. Denk daar eens over na: door mensen gemaakte regels maken het Woord van God onwerkzaam. Als je de formules van de mens volgt, ontkracht je het Woord (Jezus) in je leven – want Hij en de Geest zijn het met elkaar eens. Als je iets doet dat niet van Hem is, is de Geest daar niet bij.
 
Paulus schreef aan Timoteüs: “Wetende dit dat de wet niet is gemaakt voor de rechtvaardige...” 1 Timoteüs 1:9
Paulus stelt dat de wet van Mozes niet voor de rechtvaardigen is gemaakt. Waarom werd het dan gegeven?
 
Romeinen 3:19 vertelt ons waarom de wet werd gegeven: “… opdat elke mond gestopt zou worden en elke mond tot zwijgen zou worden gebracht en de hele wereld voor God schuldig bevonden zou worden.” Paulus vertelt ons verder dat er zonde in de wereld was vanaf Adam tot Mozes, maar dat God de mens nog niet had gedefinieerd wat zonde is en wat gerechtigheid is. Hij schrijft hier een paar hoofdstukken later over, in 5:12-14:
 
“Want door één mens is de zonde in de wereld gekomen, en door de zonde de dood. Zo is de dood overgegaan op alle mensen door degene die gezondigd heeft (Adam). Er was zonde in de wereld, maar God kon hen niet verantwoordelijk houden omdat Hij Zijn wet nog niet had gegeven (niet had gedefinieerd wat zonde is). Niettemin heerste de dood van Adam tot Mozes, zelfs over degenen die niet zondigden op de manier van Adams overtreding...”
 
Paulus legt verder uit dat de wet inzicht geeft in de zonde. Zijn punt tegenover Timoteüs was dat zodra je van die zonde bent gered, de wet niet langer voor jou geldt. Je bent nu een nieuwe schepping in Christus; je weet van wat je bent gered.
 
Paulus’ punt in Romeinen 7:7 is dat de wet zonde definieerde: “...Ik zou de zonde niet hebben gekend, als de wet mij dat niet had verteld. Ik zou niet hebben geweten wat begeren was als de wet me niet had gezegd dat ik niet mocht begeren..."
 
Gezinsregels, kerkregels
Ik was ongeveer 9 of 10 jaar oud toen ik bij mijn arm uit mijn diepe slaap werd gerukt, uit mijn bed om voor mijn woedende vader te staan: Ik had je gezegd de vuilnisbak te legen voordat ik thuiskwam en je hebt het niet gedaan! Ga nu meteen naar de vuilnisbak in de keuken, jongeman, en leeg die!
 
Mijn vader gaf me altijd klusjes mee als hij ’s ochtends naar zijn werk vertrok en ik naar school, waarvan hij verwachtte dat ze gedaan zouden zijn tegen de tijd dat hij thuiskwam. Op die dag was ik de vuilnis vergeten. Om de illustratie van Paulus te gebruiken: ik zou niet hebben geweten dat het mijn taak was om de vuilnisbak te legen, tenzij mijn vader me had opgedragen de vuilnisbak te legen. Als ik had gezien dat de vuilnisbak vol was, en uit eigen verantwoordelijkheid en uit de goedheid van mijn hart de vuilnisbak had geleegd, zou ik nooit de wet of de toorn van vaders ‘wet van de vuilnisbak’ hebben gekend, lol.
 
Toen hij me een andere keer zei het gras in de tuin te maaien en ik het niet deed, kreeg ik ook zijn (gerechtvaardigde) woede over me heen. Als ik het gras had gemaaid omdat ik zag dat het echt te hoog was en ik het moest maaien, zou ik de ‘wet van het grasmaaien’ nooit hebben gekend. Ik zou nooit het slachtoffer zijn geworden van zijn woede. De woede die hij tegen mij uitte omdat ik de vuilnisbak niet had geleegd, was ook gerechtvaardigde woede – en woede die ik nooit had hoeven kennen en ook niet zou hebben gekend, als ik gewoon het initiatief had genomen om de vuilnisbak te legen.
 
Vanuit het standpunt van de Heer was er zonde in de wereld, maar Hij had voor de mensheid nog niet gedefinieerd wat zonde was. Paulus zei later in Handelingen 14:15-17:
"Wij brengen u goed nieuws en zeggen u dat u zich moet afkeren van deze waardeloze dingen en u moet richten op de levende God, die de hemel en de aarde en de zee en alles wat daarin is, heeft gemaakt. 16 In het verleden liet Hij alle volken hun eigen gang gaan. 17 Toch heeft Hij Zichzelf niet zonder getuigenis gelaten: Hij heeft goedheid betoond door jullie regen uit de hemel te geven en gewassen in hun seizoenen; Hij voorziet jullie van overvloedig voedsel en vult jullie harten met vreugde.”
 
Handelingen 17:30: “... in het verleden zag God dergelijke onwetendheid door de vingers...” De King James Version zegt dat God ‘een oogje dichtkneep’ voor hun onwetendheid – maar nu gebiedt Hij iedereen zich te bekeren.
 
De wet is niet gemaakt voor een rechtvaardig persoon, maar voor de wettelozen, de onwetenden, degenen die Hem niet kennen.
 
Terugkomend op mijn opvoeding. Ik had veel plezier met mijn vader. We worstelden, gingen kamperen, hij leerde me over de sterren, hoe ik een mannelijke handdruk moest geven, met een stevige greep, mijn schoenen poetsen, iedereen recht in de ogen kijken, en nog zoveel meer. Ik stond 99% van de tijd in zijn gunst. Ik kende alleen zijn ware zelf. Zijn boosheid als ik iets verkeerds deed, was niet zijn aard, maar het was rechtvaardige boosheid. Wat Paulus zei, is dat het leren van de wet hem leerde wat goed en fout was. De wet, die bedoeld was om te laten zien wat het leven is, toonde hem ook zijn zondige aard.
Toen ik papa's ‘vuilniswet’ of ‘gazonwet’ (lol) overtrad, leerde ik wat zonde (voor hem) was – ik leerde dat ik 99% van de tijd juist gehandeld had en slechts een basiskennis had van ‘zonde’ volgens papa.
 
Voordat we de Heer kenden, waren velen van ons onwetend. Oh, we wisten dat we onze broers en zussen niet mochten slaan, en we wisten dat het verkeerd was om te liegen. En we wisten diep van binnen dat we op zoek waren naar de grote antwoorden, zoals: waarom ben ik hier, wat is mijn doel, en ook: wat is er mis met mij dat ik steeds fouten maak? We werden ons bewust van goed en kwaad. Sommigen van ons die naar de kerk gingen, leerden de Tien Geboden, wat ons besef van zonde nog verder versterkte.
 
Paulus schreef dit in Galaten 3:21: Is de wet dan in strijd met de beloften van God? Absoluut niet! Want als er een wet was gegeven die leven kon schenken, dan zou gerechtigheid zeker door de wet zijn gekomen. 22 Maar de Schrift heeft alles onder de heerschappij van de zonde opgesloten, zodat wat beloofd was, namelijk het geloof in Jezus Christus, gegeven zou worden aan hen die geloven.
 
Als er een wet had kunnen worden gegeven die leven zou hebben geschonken, dan zou God die wet hebben gegeven. Verbazingwekkend. Het betekent dat je geen gerechtigheid in de wet zult vinden, want geen enkele wet maakt iemand rechtvaardig. Denk eens aan alle rituelen, alle formules, alle door mensen bedachte regels die je ofwel voor jezelf hebt bedacht, ofwel op aandringen van iemand anders hebt gevolgd, om in de gunst van God te komen of om Hem iets voor je te laten doen. OF, iets gedaan om jezelf ‘waardiger’ of ‘rechtvaardiger’ te maken voor Zijn aangezicht.
 
ALS er een wet had kunnen zijn – iets wat we konden doen – om ons rechtvaardig te maken voor God, dan zou Hij die wet hebben gegeven. In plaats daarvan heeft Hij in Zijn wijsheid de zonde geopenbaard en gedefinieerd door middel van de Mozaïsche wet (waarbij de 10 Geboden de samenvatting zijn van de 613), zodat iedereen schuldig bevonden zou kunnen worden, zodat iedereen die de remedie ontving, rechtvaardig gemaakt kon worden: geloof in Jezus Christus.
 
En daar gaan we volgende week mee verder, om te zien wat de wet eigenlijk doet wat goed is voor ons, en hoe ons hart in Christus Jezus wordt gevestigd. Tot dan, zegen,
John Fenn/AK
cwowi.org en stuur me een e-mail op [email protected]
 
0 Comments

Het verleden achter ons laten en vooruitkijken, deel 3 van 3

6/6/2026

0 Comments

 
Forgetting the past and moving forward, 3 of 3 
Het verleden achter ons laten en vooruitkijken, deel 3 van 3
 
Hallo allemaal,
 
Ik was en blijf mijn eigen ergste vijand. Vroeger nam ik mezelf dat kwalijk, maar nu ben ik er dankbaar voor. Ik begrijp Paulus, die in Romeinen 7, 1 Korintiërs 15, Galaten 1, Filippenzen 3 en 1 Timoteüs 1 verwees naar zijn zonden uit het verleden, terwijl hij ook schreef over de grote genade die de Heer hem betoonde. Ik denk dat we ons daarin kunnen herkennen.
 
Mijn eigen ergste vijand zijn betekent dat ik mezelf, mijn gedachten en mijn daden voortdurend in de gaten houd. Ik ga niet op zoek naar zonde, maar ik ‘scan’ wel mijn geest terwijl ik spreek of schrijf, op zoek naar eventuele grieven of misstappen die ik begaan heb. Daardoor zit het me tot op de dag van vandaag dwars als ik geen gelegenheid heb gehad om het met iemand goed te maken.
 
Bijna 30 jaar geleden waren we met vrienden aan het eten in een restaurant, en toen ik zag dat een vriendin zwaardvis bestelde, merkte ik op dat zwaardvis met uitsterven bedreigd is en dat de voedingsindustrie op zoek is naar alternatieven. Ik voelde me van binnen ZO gegriefd, want ik had die opmerking deels gemaakt om haar erop te wijzen dat ze een bedreigde diersoort at, en dat maakte haar ongemakkelijk. Dat was niet aan mij om te doen, en als ik haar vandaag de dag zou zien, zou ik mijn excuses aanbieden voor die opmerking van zo lang geleden. (Ik weet op dit moment niet of ze nog leeft of al overleden is, dus misschien moet ik mijn excuses in de hemel aanbieden.) Ik ben mijn eigen ergste vijand, en ik weet zeker dat ze me vergeven heeft, want ik zag aan haar gezicht dat ze gekwetst was door wat ik zei, maar te hoffelijk was om te reageren.
 
Maar ik heb die zonde gebruikt om meer gevoeligheid te ontwikkelen voor hoe mijn woorden en motieven mij kunnen verheffen terwijl ze anderen kleineren. Ik heb het gebruikt om te letten op hoogmoed en kwetsend sarcasme voordat het uit mijn mond komt. De zonde en de genade van vergeving zijn met elkaar verweven in mijn herinnering aan die gebeurtenis.
 
We vragen ons misschien af waarom de Heer ons heeft gekozen.
Een Romein genaamd Vegetius, die stierf in het jaar 383, onderzocht waarom het Romeinse leger van de eerste eeuw onoverwinnelijk was. Tegen zijn tijd, 300 jaar later, bestond het leger uit aristocraten, de zonen van regeringsfunctionarissen die hun hele leven nog geen serieuze baan hadden gehad. Ze waren opgegroeid in luxe en tegen het midden van de 4e eeuw was het leger verzwakt en daardoor was het Rijk aan het vervalen.
 
Hij ontdekte dat het Romeinse leger in de eerste eeuw bestond uit mannen die een zwaar leven hadden geleid. Ze zochten bewust mannen die op het land en in de industrie werkten, die waren opgegroeid met werken in alle weersomstandigheden, vechtersbazen, strijders, het ruigste deel van de samenleving. Ze hadden mannen nodig die de vrieskou en de zomerse hitte konden verdragen, die gewend waren aan lange en zware dagen. Ze hadden mannen nodig die konden werken terwijl ze honger en dorst hadden. Zij vormden de beste soldaten en dat was de directe reden waarom het Romeinse leger het beste ter wereld was.
 
Paulus schreef aan Timoteüs om ‘als soldaat ontberingen te verdragen’, in 2 Timoteüs 2:3-6, en om te trainen als een atleet en te werken als een boer.
De Heer heeft je bewust gekozen omdat je de zonde kent. Het woord ‘ontbering’ in vers 3 is het Griekse woord ‘sunkakopatheo’. Het woord ‘sun’ of ‘syn’ betekent ‘met’, en ‘kakopatheo’ betekent ‘leed ondergaan’. Paulus zegt tegen Timoteüs dat hij ‘samen met mij leed moet ondergaan’ als soldaat in Christus. Heb jij een goede vriend die zich kan inleven in jouw beproevingen, zowel uit het verleden als het heden, zoals Paulus en Timoteüs? Vervolgens zegt Paulus: “Geen soldaat raakt verstrikt in de zaken van dit leven, opdat hij degene kan behagen die hem heeft uitgenodigd om soldaat te zijn.”
 
Het Griekse woord voor ‘zaken’ (van dit leven) is het woord ‘pragmateia’. Daar komt het Engelse woord ‘pragmatic’ van af. Het betekent ‘de dagelijkse gang van zaken in het leven’, met andere woorden: geen enkele soldaat houdt zich bezig met het leven dat een burger zou kunnen leiden. Het leven van een soldaat is anders, het is gericht op het leven als soldaat. Vegetius ontdekte ook dat Romeinse legers in de eerste eeuw buiten een stad kampeerden en dat de soldaten de stad niet mochten betreden, behalve voor een opdracht. Als je een christen ziet die leeft zoals de wereld, dan is hij of zij vergeten, of heeft nooit geweten, dat hij of zij anders is; in de ogen van de Heer is hij of zij geen burger. Timoteüs zou de beeldspraak hebben begrepen; Paulus zei in vers 7 zelfs: De Heer zal je inzicht geven in wat ik zeg.
 
De reden dat de Heer jou heeft gekozen, is omdat je een zwaar leven hebt gehad.
Herinneringen aan ons verleden zonder ook Zijn genade en barmhartigheid jegens ons te gedenken, zijn een kwelling. Ze moeten samen worden gehouden om ons te kunnen concentreren op de taak die voor ons ligt. Wij zijn als soldaten, atleten en boeren voor de Heer. We zijn niet langer slechts burgers die hun gang gaan zoals we dat zelf willen. Voor ons die Christus in ons hebben, zijn we ons ervan bewust dat we Hem overal mee naartoe nemen; naar ons werk, onze vrijetijdsbesteding, onze vrije tijd, onze vakantie, onze tijd met het gezin. Christus is in ons en we moeten ons daarvan bewust zijn. Het helpt ons om ons te concentreren. Voor ons, in de realiteit van het Nieuwe Testament, bestaat er niet zoiets als seculier. Alles wat we zijn, alles wat we hebben, alles wat we doen, is heilig. Christus is in ons, alles wat we hebben is van Hem.
 
Paulus zei tegen Timoteüs dat hij als soldaat samen met hem ontberingen moest doorstaan, zich niet moest laten verstrikken in de wereldse zaken van het leven, maar zich moest richten op God en Zijn volk, opdat hij Hem zou behagen die hem had uitgenodigd om soldaat te zijn. In de eerste eeuw hadden soldaten sponsors, recruiters zouden we vandaag de dag zeggen. Zij waren verantwoordelijk voor het vinden en rekruteren van de best mogelijke soldaten voor Rome uit de ruigste mensen. Paulus vertelt Timoteüs dat de Heer zijn recruiter en sponsor is. Dat geldt ook voor ons. Jezus heeft ons in Zijn lichaam opgenomen omdat we een zwaar leven hebben gehad; we kennen de zonde. We kennen ontberingen. We kennen pijn. Jezus heeft ons opgezocht. Met opzet. Met een plan. Met een doel. Met een toekomst.
 
Paulus zei ook tegen Timoteüs dat hij moest trainen als een atleet.
Timoteüs zal deze aansporing onmiddellijk hebben begrepen. Een atleet uit de eerste eeuw kwam van de straat de sportschool binnen. Ze trokken al hun kleren uit, net zoals wij van onze eigen gerechtigheid zijn ontdaan. De trainer masseerde vervolgens olijfolie in de huid van de volledig naakte atleet en stuurde hem dan naar de sauna, een droge hitte, om de olie te laten intrekken en zo de spieren te ontspannen. Daarna gingen ze terug naar de massagetafel voor meer olie, en vervolgens weer naar de sauna.
 
Voor de training of een sportevenement smeerde de trainer vervolgens gehydrogeneerde olijfolie op de huid van de atleet. Deze dikke, reuzelachtige gel bedekte de atleet van top tot teen om hem glad te maken voor zijn tegenstander. Als je het nu nog niet ziet: de Heer is de trainer, de olie is de Heilige Geest, en de dikke olie is de zalving die over ons komt wanneer we in een moeilijke situatie verkeren – het is een tijdelijke zalving, de aanwezigheid van God, om ons door de strijd heen te helpen.
 
Na de wedstrijd ging de atleet terug naar de sportschool en schraapte de trainer alle reuzelachtige olie van hem af om te worden gereinigd en gerecycled voor de volgende strijd. Daarna ging hij terug naar de sauna na een laatste inwrijving en bedekking met gewone olijfolie. In vers 7 staat dat de atleet zich aan de regels moet houden.
Petrus zou rond dezelfde tijd schrijven* dat we aan ons geloof eerst morele uitmuntendheid moeten toevoegen, kennis, zelfbeheersing, consistentie in die zelfbeheersing, godsvrucht, wat een algehele levenskwaliteit in Christus is, broederlijke liefde en onvoorwaardelijke liefde. Dat zijn de ‘regels’, de karakterkwesties. Er is geen bedrog in de Heer, we moeten oprecht, moreel en ethisch zijn. Wij zijn als de atleet, ontdaan van onze eigen kleding, bekleed in de Geest met de Heilige Geest en Gods aanwezigheid – corruptie zou onze bedekking in gevaar brengen. *II Petrus 1:5-8
 
Een zendingsvriendin in Caïro vertelde me over een jonge vrouw die ze kende. Die jonge vrouw in Caïro, Egypte, werd christen en haar vader kwam daar achter. Hij sloeg haar, ontdeed haar van al haar kleding en gooide haar de deur uit. Ze rende naakt door de straten, vele stratenblokken lang, volledig naakt, naar haar vrienden. Toen ze door de deur kwam, schaamde ze zich zo voor haar naaktheid, maar haar vrienden en de mensen op straat getuigden allemaal dat ze in feite gekleed was in een licht, wit, wapperend gewaad en dat ze helemaal niet naakt was. Naarmate het nieuws zich verspreidde, bleek dat geen enkele persoon die haar door de straat had zien rennen, haar naaktheid had gezien; ze zagen haar allemaal gekleed in dat lichte, witte gewaad. Dat gewaad verdween toen haar vriendin haar wat van haar eigen kleren gaf en ze zich daar in alle rust omkleedde. We zijn gekleed in licht. We zijn gekleed met de olie van de Geest.
 
Ja, de Heer is onze Rekruteerder en onze Trainer. We vergeten wat we waren, maar de lessen die we hebben geleerd koesteren we, en we doorstaan moeilijke tijden, maar nu met de aanwezigheid van God in ons, op ons en overal om ons heen.
 
Het laatste wat Paulus zei, was dat je moet werken als een boer EN de groenten moet eten die je plant. Met andere woorden: doe wat je predikt. Het is hard werken, erkende Paulus.
 
Dit zijn processen die ons helpen ons verleden zowel te vergeten als te herinneren. We zullen slagen en we zullen falen. We leren van ons verleden, en elke herinnering aan het verleden moet worden verbonden met een herinnering aan Zijn liefde, genade en vergeving. Geloof dat de genade en liefde waarover Paulus schreef in Efeziërs 3:20, ‘onbegrijpelijk’ is (voor ons verstand).
 
Streef naar het doel van de hoge roeping in Christus... het is een proces en niemand van ons is volmaakt, noch hebben we het bereikt. Maar we gaan door...
Volgende week een nieuw onderwerp, tot dan, zegen,
John Fenn/AK
cwowi.org en stuur me een e-mail op [email protected]
 
0 Comments
    Picture

        John Fenn

    is de stichter van CWOWI.
    Naar NL.Home
    Indien je een abonnement wil op de Weekly Thoughts NL mail

    Archief

    August 2026
    July 2026
    June 2026
    May 2026
    April 2026
    March 2026
    February 2026
    January 2026
    December 2025
    November 2025
    October 2025
    September 2025
    August 2025
    July 2025
    June 2025
    May 2025
    April 2025
    March 2025
    February 2025
    January 2025
    December 2024
    November 2024
    October 2024
    September 2024
    August 2024
    July 2024
    June 2024
    May 2024
    April 2024
    March 2024
    February 2024
    January 2024
    December 2023
    November 2023
    October 2023
    September 2023
    August 2023
    July 2023
    June 2023
    May 2023
    April 2023
    March 2023
    February 2023
    January 2023
    December 2022
    November 2022
    October 2022
    September 2022
    August 2022
    July 2022
    June 2022
    May 2022
    April 2022
    March 2022
    February 2022
    January 2022
    December 2021
    November 2021
    October 2021
    September 2021
    August 2021
    July 2021
    June 2021
    May 2021
    April 2021
    March 2021
    February 2021
    January 2021
    December 2020
    November 2020
    October 2020
    September 2020
    August 2020
    July 2020
    June 2020
    May 2020
    April 2020
    March 2020
    February 2020
    January 2020
    December 2019
    November 2019
    October 2019
    September 2019
    August 2019
    July 2019
    June 2019
    May 2019
    April 2019
    March 2019
    February 2019
    January 2019
    December 2018
    November 2018
    October 2018
    September 2018
    August 2018
    July 2018
    June 2018
    May 2018
    April 2018
    March 2018
    February 2018
    January 2018
    December 2017
    November 2017
    October 2017
    September 2017
    August 2017
    July 2017
    June 2017
    May 2017
    April 2017
    March 2017
    February 2017
    January 2017
    December 2016
    November 2016
    October 2016
    September 2016
    August 2016
    July 2016
    June 2016
    May 2016
    April 2016
    March 2016
    February 2016
    January 2016
    December 2015
    November 2015
    October 2015
    September 2015
    August 2015
    July 2015
    June 2015
    May 2015
    April 2015
    March 2015
    February 2015
    January 2015
    December 2014
    November 2014
    October 2014
    September 2014
    August 2014
    July 2014
    June 2014
    May 2014
    April 2014
    March 2014
    February 2014
    January 2014
    December 2013
    November 2013
    October 2013
    September 2013
    August 2013
    July 2013
    June 2013
    May 2013
    April 2013
    March 2013
    February 2013
    January 2013
    December 2012
    November 2012
    October 2012
    September 2012
    August 2012
    July 2012
    June 2012
    May 2012
    April 2012
    March 2012
    February 2012
    January 2012
    December 2011
    November 2011
    October 2011
    September 2011
    August 2011
    July 2011

    RSS Feed

Church WithOut Walls International.eu (C) 2026
to donate
Photo from widakso