Inzichten en begrip, 4 van 4
Hallo allemaal,
Het woord ‘tzitzit’ (tsit-zit) betekent ‘franjes’, die door God werden voorgeschreven op de kleding van de oude Israëlieten als herinnering aan het Woord van God, in Numeri 15:37-41:
"Spreek tot de Israëlieten en zeg hun dat zij tzitzit (kwastjes) moeten maken aan de hoeken van hun kleding, voor alle generaties, met een blauw koord aan elke tzitzit. Deze kwastjes zijn jullie tot een gedenkkwast. Als je daarnaar kijkt, zullen deze jullie herinneren aan het Woord van God; om al Zijn geboden te doen, zodat jullie ze gehoorzamen en niet je eigen hart en ogen volgen om je lusten te bevredigen. Dan zul je eraan denken al mijn geboden te gehoorzamen en dat je aan jouw God gewijd bent."
De koorden (kwastjes) moeten rechtstreeks aan de kleding worden vastgemaakt, wat betekent dat er geen clip-on kwastjes zijn toegestaan. Er zijn er vier, één op elke hoek, elk gemaakt van vier draden (waarvan één blauw) die over elkaar zijn gelegd, zodat er in totaal acht zijn. Vervolgens worden er vijf knopen gemaakt in de acht kwastjes aan de bovenkant, waardoor de kwast (tzitzit) één koord wordt. Omdat het Hebreeuwse alfabet een getal heeft dat aan elke letter is gekoppeld, is de naam ‘tzitzit’ in het Hebreeuws ook het getal 600. Door de 5 knopen in de 8 kwastjes mee te tellen, komen we op een totaal van 13, wat opgeteld 613 is - het aantal wetten in de Wet van Mozes, dat de drager herinnert aan de geboden van de Heer.
Waarom een blauwe draad?
In het oude Israël had de kleding van elke Israëliet een tzitzit in iedere hoek van hun kleding. In de loop van de tijd veranderden de kledingstijlen en nu hebben ze gebedsmantels met tzitzit, meestal met brede blauwe en witte strepen. In de oudheid gebood God dat er een blauwe draad tussen de witte draden moest worden opgenomen. De blauwe kleurstof werd gemaakt van de chilazon-slak, een soort Murex, die in de Middellandse Zee leeft. Blauw is de kleur van de hemel en God; het herinnert elke Israëliet eraan dat zij Gods adel waren, geroepen als een volk om een koninkrijk van priesters te zijn (Exodus 19:6).
Wat David deed
Het hele hoofdstuk 24 van 1 Samuël gaat over David die de zoom van Sauls mantel afknipte terwijl Saul zijn behoefte deed in de grot waar David zich schuilhield. Vers 5 vertelt ons dat Davids geweten ‘hem trof’, wat een goede vertaling is van het Hebreeuwse ‘nakah’. Het betekent ‘slaan, een wond toebrengen of straffen’. David voelde zich zeer schuldig omdat hij de zoom van Sauls mantel had afgesneden. In de oudheid, en bij sommige begrafenissen vandaag de dag, werd de tsitsiet van een persoon bij zijn begrafenis afgesneden, om aan te geven dat hij niet langer gebonden was aan de wetten van Mozes. Bij sommige gebruiken wordt die persoon begraven met zijn gebedsmantel, maar met één van de tsitsiet beschadigd of verwijderd om hetzelfde aan te geven.
Davids geweten knaagde aan hem omdat hij de begrafenisceremonie had uitgevoerd door een tsitsiet van Saul af te knippen, waarmee hij aangaf dat Saul een dode man was, bevrijd van de plicht om Gods Woord te gehoorzamen - een directe verwijzing naar 1 Samuël 15, toen Saul opzettelijk de Heer ongehoorzaam was - over zout in de wond strooien gesproken, David! Davids berouw was zo krachtig dat Saul zelf berouw had omdat hij David had willen doden, en naar huis ging.
Wat de vrouw in Marcus 5 deed
In Mattheüs 9:20, Marcus 5:24-34 en Lucas 8:43-44 zien we een vrouw met een ernstige en chronische (12 jaar) bloedingsaandoening. “Toen zij van Jezus had gehoord, raakte zij zijn kleding aan, want zij zei bij zichzelf: Als ik maar de zoom van zijn kleding aanraak, zal ik genezen worden.” Hij zei tegen haar: “Uw geloof heeft u genezen.”
Een paar hoofdstukken later, in Mattheüs 14:35-36, wordt ons verteld: “Toen de mensen van die plaats Jezus daar zagen, vertelden ze het aan iedereen in de omgeving. De mensen brachten hun zieken naar Hem toe en smeekten Hem om hen ten minste de zoom van Zijn kleding te laten aanraken, en allen die die aanraakten, werden genezen.”
We zouden kunnen speculeren dat, omdat zij voor het eerst in Mattheüs 9 wordt genoemd in verband met het aanraken van de zoom (tzitzit) van Zijn kleding en genezen werd, de menigte in Mattheüs 14 had gehoord hoe zij genezen was en haar navolgde, vol geloof vanwege haar geloof en daden. We weten het niet, maar we weten wel dat de tzitzit staat voor het Woord van God, en daar in de menigte voor hun ogen stond het Woord van God in het vlees - het hele Woord dat de 613 geboden perfect vervulde, in het vlees - en alleen al door de tzitzit aan te raken, werden veel mensen genezen.
Het avondmaal - onderdeel van een grotere gemeenschappelijke maaltijd
In de meeste kerken wordt het avondmaal tegenwoordig als een apart onderdeel van de dienst gevierd. In de eerste eeuw maakte het avondmaal deel uit van de maaltijd. Mattheüs 26:26: “Terwijl zij aan het eten waren, nam Jezus het brood, zegende het en gaf het aan Zijn discipelen, zeggende: Neemt, eet, dit is Mijn lichaam...” Marcus 14:22: “Terwijl zij aan het eten waren, nam Jezus het brood...”
In de huiskerk is voedsel een integraal onderdeel, en in sommige culturen tegenwoordig komt het overeen met de manier waarop Jezus dat eerste ‘Heilig Avondmaal’ vierde. Het was zelfs de viering van deze gemeenschappelijke maaltijden die het christendom hielp zo snel te groeien in het Romeinse Rijk. Dit komt omdat de Romeinse, Griekse en Joodse cultuur allemaal deze uitgebreide maaltijden met familie en vrienden hadden als onderdeel van het sociale leven in de eerste eeuw. Toen Joden, Grieken en Romeinen christenen werden, namen ze Christus op natuurlijke wijze op in de gemeenschappelijke maaltijden die ze hun hele leven al hadden gehouden.
In het jodendom aten Joden niet samen met niet-Joden, maar hadden ze hun eigen gemeenschappelijke maaltijd. Romeinen keken neer op de Grieken, maar elke cultuur had zijn eigen gemeenschappelijke maaltijden. Een goed voorbeeld van hoe ze samenkwamen, zien we in Handelingen 18 met de stichting van de gemeente in Korinthe. Paulus leidde veel Joden in de synagoge tot Jezus en moest daarom bij iemand thuis samenkomen, wat uiteindelijk een Romein met de naam Justus bleek te zijn. Er wordt ons verteld: “En ook veel Korinthiërs (Grieken) geloofden en lieten zich dopen.” Later, in 1 Korinthiërs 11:17-34, weigerden sommigen van deze groep gelovigen, die qua ras en sociaaleconomische achtergrond gemengd was, met de rest te eten.
Voor Romeinen was de gemeenschappelijke maaltijd open voor familie, vrienden en buren, maar gescheiden naar sociale en economische status. Bij de Grieken werden meestal alleen elite mensen uitgenodigd, de armere klassen werden gemeden. Bij de Joden werden alleen Joden uitgenodigd. De maaltijd ging over het herdenken van hun geschiedenis, het smeden van banden rond de dingen van God, het versterken van hun unieke identiteit en het versterken van sociale en familiebanden. Stel je nu eens voor dat deze drie culturen samenkomen voor een gemeenschappelijke maaltijd. Ze waren allemaal nieuwe gelovigen in Jezus en hadden elk hun eigen verwachtingen over hoe deze maaltijden eruit moesten zien. Bovendien was Korinthe een zeehaven en stond het bekend dat de bedienden van de stad nooit omgingen met havenarbeiders, zeelieden en winkeliers. Het is geen wonder dat Paulus in zijn eerste brief aan de Korinthiërs minstens tien belangrijke kwesties aan de orde stelde! Ten minste drie daarvan hadden betrekking op het ontstaan van kleine, geïsoleerde groepjes die geen contact hadden met de anderen, en op onenigheid!
Paulus bracht alles voor hen samen in 1 Korintiërs 11:17-34 door hen te schrijven dat ze zich moesten concentreren op de echte reden waarom ze bij elkaar waren gekomen: om het leven, het offer en de beloften van Jezus Christus te vieren. Paulus spoorde hen met zoveel woorden aan om datgene wat verdeeldheid zaait opzij te zetten: hun vooroordelen, hun vooropgezette ideeën over hoe de traditionele gemeenschappelijke maaltijd eruit moest zien, en zich te concentreren op Jezus. Paulus herhaalt wat hij zei dat hij rechtstreeks van de Heer had geleerd: neem het brood dat het gebroken lichaam vertegenwoordigt, en de wijn die het vergoten bloed vertegenwoordigt, en neem er samen deel aan.
Paulus zei tegen degenen die ervoor kozen zich van de anderen af te scheiden: “Velen onder jullie zijn zwak en ziekelijk, en velen zijn vroeg gestorven, omdat jullie het lichaam van de Heer niet goed hebben onderscheiden.” In deze context gaat het onderscheiden van het lichaam van de Heer niet over genezing, maar over het lichaam van Christus. Dat Hij stierf en opstond voor Joden, Grieken en Romeinen, en als je ras, sociaaleconomische en levensgeschiedenis van de aanwezigen buiten beschouwing laat, kun je je concentreren op wat Jezus voor ieder van hen heeft gedaan. Dit zorgt voor een echte gemeenschapsmaaltijd.
Als je deel uitmaakt van een huiskerk, of misschien een bijbelstudie- of gebedsgroep, overweeg dan het volgende: eet samen en als iedereen het grootste deel van zijn maaltijd heeft gegeten, maar nog steeds aan het praten, eten en delen is, kom dan tussenbeide om op een ongedwongen manier brood en sap of wijn rond te delen. Vraag ieders aandacht en wijs op de rijke gesprekken die gaande zijn, hoe Jezus iedereen redde zonder zich te bekommeren om wie ze waren of waar ze vandaan kwamen, alleen maar omdat Hij van iedereen houdt – en na een moment van bezinning en het op orde brengen van je hart, eet je het brood, drink je de vrucht van de wijnstok... en ga je verder met de gesprekken, reflecties en waardering voor iedereen die aanwezig is.
Volgende week meer inzichten en begrip om de serie af te sluiten. Tot dan, zegen,
John Fenn/AK
cwowi.org en mail me op [email protected] of [email protected]
RSS Feed