Het verleden achter ons laten en vooruitkijken, deel 3 van 3
Hallo allemaal,
Ik was en blijf mijn eigen ergste vijand. Vroeger nam ik mezelf dat kwalijk, maar nu ben ik er dankbaar voor. Ik begrijp Paulus, die in Romeinen 7, 1 Korintiërs 15, Galaten 1, Filippenzen 3 en 1 Timoteüs 1 verwees naar zijn zonden uit het verleden, terwijl hij ook schreef over de grote genade die de Heer hem betoonde. Ik denk dat we ons daarin kunnen herkennen.
Mijn eigen ergste vijand zijn betekent dat ik mezelf, mijn gedachten en mijn daden voortdurend in de gaten houd. Ik ga niet op zoek naar zonde, maar ik ‘scan’ wel mijn geest terwijl ik spreek of schrijf, op zoek naar eventuele grieven of misstappen die ik begaan heb. Daardoor zit het me tot op de dag van vandaag dwars als ik geen gelegenheid heb gehad om het met iemand goed te maken.
Bijna 30 jaar geleden waren we met vrienden aan het eten in een restaurant, en toen ik zag dat een vriendin zwaardvis bestelde, merkte ik op dat zwaardvis met uitsterven bedreigd is en dat de voedingsindustrie op zoek is naar alternatieven. Ik voelde me van binnen ZO gegriefd, want ik had die opmerking deels gemaakt om haar erop te wijzen dat ze een bedreigde diersoort at, en dat maakte haar ongemakkelijk. Dat was niet aan mij om te doen, en als ik haar vandaag de dag zou zien, zou ik mijn excuses aanbieden voor die opmerking van zo lang geleden. (Ik weet op dit moment niet of ze nog leeft of al overleden is, dus misschien moet ik mijn excuses in de hemel aanbieden.) Ik ben mijn eigen ergste vijand, en ik weet zeker dat ze me vergeven heeft, want ik zag aan haar gezicht dat ze gekwetst was door wat ik zei, maar te hoffelijk was om te reageren.
Maar ik heb die zonde gebruikt om meer gevoeligheid te ontwikkelen voor hoe mijn woorden en motieven mij kunnen verheffen terwijl ze anderen kleineren. Ik heb het gebruikt om te letten op hoogmoed en kwetsend sarcasme voordat het uit mijn mond komt. De zonde en de genade van vergeving zijn met elkaar verweven in mijn herinnering aan die gebeurtenis.
We vragen ons misschien af waarom de Heer ons heeft gekozen.
Een Romein genaamd Vegetius, die stierf in het jaar 383, onderzocht waarom het Romeinse leger van de eerste eeuw onoverwinnelijk was. Tegen zijn tijd, 300 jaar later, bestond het leger uit aristocraten, de zonen van regeringsfunctionarissen die hun hele leven nog geen serieuze baan hadden gehad. Ze waren opgegroeid in luxe en tegen het midden van de 4e eeuw was het leger verzwakt en daardoor was het Rijk aan het vervalen.
Hij ontdekte dat het Romeinse leger in de eerste eeuw bestond uit mannen die een zwaar leven hadden geleid. Ze zochten bewust mannen die op het land en in de industrie werkten, die waren opgegroeid met werken in alle weersomstandigheden, vechtersbazen, strijders, het ruigste deel van de samenleving. Ze hadden mannen nodig die de vrieskou en de zomerse hitte konden verdragen, die gewend waren aan lange en zware dagen. Ze hadden mannen nodig die konden werken terwijl ze honger en dorst hadden. Zij vormden de beste soldaten en dat was de directe reden waarom het Romeinse leger het beste ter wereld was.
Paulus schreef aan Timoteüs om ‘als soldaat ontberingen te verdragen’, in 2 Timoteüs 2:3-6, en om te trainen als een atleet en te werken als een boer.
De Heer heeft je bewust gekozen omdat je de zonde kent. Het woord ‘ontbering’ in vers 3 is het Griekse woord ‘sunkakopatheo’. Het woord ‘sun’ of ‘syn’ betekent ‘met’, en ‘kakopatheo’ betekent ‘leed ondergaan’. Paulus zegt tegen Timoteüs dat hij ‘samen met mij leed moet ondergaan’ als soldaat in Christus. Heb jij een goede vriend die zich kan inleven in jouw beproevingen, zowel uit het verleden als het heden, zoals Paulus en Timoteüs? Vervolgens zegt Paulus: “Geen soldaat raakt verstrikt in de zaken van dit leven, opdat hij degene kan behagen die hem heeft uitgenodigd om soldaat te zijn.”
Het Griekse woord voor ‘zaken’ (van dit leven) is het woord ‘pragmateia’. Daar komt het Engelse woord ‘pragmatic’ van af. Het betekent ‘de dagelijkse gang van zaken in het leven’, met andere woorden: geen enkele soldaat houdt zich bezig met het leven dat een burger zou kunnen leiden. Het leven van een soldaat is anders, het is gericht op het leven als soldaat. Vegetius ontdekte ook dat Romeinse legers in de eerste eeuw buiten een stad kampeerden en dat de soldaten de stad niet mochten betreden, behalve voor een opdracht. Als je een christen ziet die leeft zoals de wereld, dan is hij of zij vergeten, of heeft nooit geweten, dat hij of zij anders is; in de ogen van de Heer is hij of zij geen burger. Timoteüs zou de beeldspraak hebben begrepen; Paulus zei in vers 7 zelfs: De Heer zal je inzicht geven in wat ik zeg.
De reden dat de Heer jou heeft gekozen, is omdat je een zwaar leven hebt gehad.
Herinneringen aan ons verleden zonder ook Zijn genade en barmhartigheid jegens ons te gedenken, zijn een kwelling. Ze moeten samen worden gehouden om ons te kunnen concentreren op de taak die voor ons ligt. Wij zijn als soldaten, atleten en boeren voor de Heer. We zijn niet langer slechts burgers die hun gang gaan zoals we dat zelf willen. Voor ons die Christus in ons hebben, zijn we ons ervan bewust dat we Hem overal mee naartoe nemen; naar ons werk, onze vrijetijdsbesteding, onze vrije tijd, onze vakantie, onze tijd met het gezin. Christus is in ons en we moeten ons daarvan bewust zijn. Het helpt ons om ons te concentreren. Voor ons, in de realiteit van het Nieuwe Testament, bestaat er niet zoiets als seculier. Alles wat we zijn, alles wat we hebben, alles wat we doen, is heilig. Christus is in ons, alles wat we hebben is van Hem.
Paulus zei tegen Timoteüs dat hij als soldaat samen met hem ontberingen moest doorstaan, zich niet moest laten verstrikken in de wereldse zaken van het leven, maar zich moest richten op God en Zijn volk, opdat hij Hem zou behagen die hem had uitgenodigd om soldaat te zijn. In de eerste eeuw hadden soldaten sponsors, recruiters zouden we vandaag de dag zeggen. Zij waren verantwoordelijk voor het vinden en rekruteren van de best mogelijke soldaten voor Rome uit de ruigste mensen. Paulus vertelt Timoteüs dat de Heer zijn recruiter en sponsor is. Dat geldt ook voor ons. Jezus heeft ons in Zijn lichaam opgenomen omdat we een zwaar leven hebben gehad; we kennen de zonde. We kennen ontberingen. We kennen pijn. Jezus heeft ons opgezocht. Met opzet. Met een plan. Met een doel. Met een toekomst.
Paulus zei ook tegen Timoteüs dat hij moest trainen als een atleet.
Timoteüs zal deze aansporing onmiddellijk hebben begrepen. Een atleet uit de eerste eeuw kwam van de straat de sportschool binnen. Ze trokken al hun kleren uit, net zoals wij van onze eigen gerechtigheid zijn ontdaan. De trainer masseerde vervolgens olijfolie in de huid van de volledig naakte atleet en stuurde hem dan naar de sauna, een droge hitte, om de olie te laten intrekken en zo de spieren te ontspannen. Daarna gingen ze terug naar de massagetafel voor meer olie, en vervolgens weer naar de sauna.
Voor de training of een sportevenement smeerde de trainer vervolgens gehydrogeneerde olijfolie op de huid van de atleet. Deze dikke, reuzelachtige gel bedekte de atleet van top tot teen om hem glad te maken voor zijn tegenstander. Als je het nu nog niet ziet: de Heer is de trainer, de olie is de Heilige Geest, en de dikke olie is de zalving die over ons komt wanneer we in een moeilijke situatie verkeren – het is een tijdelijke zalving, de aanwezigheid van God, om ons door de strijd heen te helpen.
Na de wedstrijd ging de atleet terug naar de sportschool en schraapte de trainer alle reuzelachtige olie van hem af om te worden gereinigd en gerecycled voor de volgende strijd. Daarna ging hij terug naar de sauna na een laatste inwrijving en bedekking met gewone olijfolie. In vers 7 staat dat de atleet zich aan de regels moet houden.
Petrus zou rond dezelfde tijd schrijven* dat we aan ons geloof eerst morele uitmuntendheid moeten toevoegen, kennis, zelfbeheersing, consistentie in die zelfbeheersing, godsvrucht, wat een algehele levenskwaliteit in Christus is, broederlijke liefde en onvoorwaardelijke liefde. Dat zijn de ‘regels’, de karakterkwesties. Er is geen bedrog in de Heer, we moeten oprecht, moreel en ethisch zijn. Wij zijn als de atleet, ontdaan van onze eigen kleding, bekleed in de Geest met de Heilige Geest en Gods aanwezigheid – corruptie zou onze bedekking in gevaar brengen. *II Petrus 1:5-8
Een zendingsvriendin in Caïro vertelde me over een jonge vrouw die ze kende. Die jonge vrouw in Caïro, Egypte, werd christen en haar vader kwam daar achter. Hij sloeg haar, ontdeed haar van al haar kleding en gooide haar de deur uit. Ze rende naakt door de straten, vele stratenblokken lang, volledig naakt, naar haar vrienden. Toen ze door de deur kwam, schaamde ze zich zo voor haar naaktheid, maar haar vrienden en de mensen op straat getuigden allemaal dat ze in feite gekleed was in een licht, wit, wapperend gewaad en dat ze helemaal niet naakt was. Naarmate het nieuws zich verspreidde, bleek dat geen enkele persoon die haar door de straat had zien rennen, haar naaktheid had gezien; ze zagen haar allemaal gekleed in dat lichte, witte gewaad. Dat gewaad verdween toen haar vriendin haar wat van haar eigen kleren gaf en ze zich daar in alle rust omkleedde. We zijn gekleed in licht. We zijn gekleed met de olie van de Geest.
Ja, de Heer is onze Rekruteerder en onze Trainer. We vergeten wat we waren, maar de lessen die we hebben geleerd koesteren we, en we doorstaan moeilijke tijden, maar nu met de aanwezigheid van God in ons, op ons en overal om ons heen.
Het laatste wat Paulus zei, was dat je moet werken als een boer EN de groenten moet eten die je plant. Met andere woorden: doe wat je predikt. Het is hard werken, erkende Paulus.
Dit zijn processen die ons helpen ons verleden zowel te vergeten als te herinneren. We zullen slagen en we zullen falen. We leren van ons verleden, en elke herinnering aan het verleden moet worden verbonden met een herinnering aan Zijn liefde, genade en vergeving. Geloof dat de genade en liefde waarover Paulus schreef in Efeziërs 3:20, ‘onbegrijpelijk’ is (voor ons verstand).
Streef naar het doel van de hoge roeping in Christus... het is een proces en niemand van ons is volmaakt, noch hebben we het bereikt. Maar we gaan door...
Volgende week een nieuw onderwerp, tot dan, zegen,
John Fenn/AK
cwowi.org en stuur me een e-mail op [email protected]
RSS Feed